Taigazine

De Vlier

De vlier (Sambucus nigra) is een van die interessante en heel werkzame geneeskrachtige planten. Het is een inheemse struik die op veel plekken voorkomt en al jaren gebruikt wordt in de geneeskunde (alternatieve en allopathische). Men gebruikt vooral de bloesems (in de lente) en de bessen (einde van de zomer en in de herfst), maar ook de bast. Over de geneeskrachtige werking van de bloesems vermeldt Mellie Uyldert in haar boek 'Lexicon der geneeskruiden' dat ze helpen bij hoofdpijn, kou, griep, amandelontsteking en keelpijn. De bessen en hun sap helpen dan weer bij hoest en neuralgische pijnen en stimuleren de darmwerking. Thee van de bast stimuleert de darmen en de nieren.

Zo bereid men de vlierbloesemthee: 3 theelepels gedroogde bloesems op en kop water. Neem vier of vijf kopjes thee per dag. Dit is één van de (vele) recepten voor vlierbessensiroop:
Nodig:

  • 3 koppen water
  • 1 kop honing
  • 1 kop verse en goed rijpe vlierbessen
Breng water en bessen aan de kook. Laat een paar minuten goed doorkoken en dan 30 minuten zachtjes verder koken. Stamp daarna de bessen plat. Giet vervolgens alles door een doek. Knijp de laatse hoeveelheid met de hand door het doek. Voeg dan de honing toe. Goed roeren en in propere potten of flesjes doen. Deze vliersiroop bewaard in de ijskast ongeveer een maand. Een goed middel bij hoest.