Taigazine

J. Allen Hynek, peetvader van de Ufologie.

J. Allen Hynek, peetvader van de Ufologie.

Meestal wordt het UFO-fenomeen in de mainstream pers – als het al aan bod komt – met een lachend, meewarig toontje afgedaan. Ook al zijn er waarnemingen van UFO’s met duizenden getuigen – inclusief piloten, militairen en wetenschappers – die bovendien op radar werden gezien én waarvan foto – en/of video-opnamen gemaakt zijn. De houding van de pers is er meestal een van totale bevooroordeeldheid.

Diezelfde houding had prof. J. Allen Hynek, Amerikaans astronoom, o.a. verbonden aan de Ohio State University, waar hij hoofd was van het McMillin Observatory. Zo’n 22 jaren lang was hij als wetenschappelijk adviseur betrokken bij het ‘onderzoek’ van de Amerikaanse Luchtmacht naar UFO’s. Dit onderzoek heette eerst ‘Project Sign’, later ‘Project Grudge’ en dan ‘Project Blue Book’. Het werd in december van het jaar 1969 afgesloten met het ‘Condon Report’.

Hynek’s uitgangspunt was, zoals bij de meeste betrokkenen in het bovenvermelde onderzoek, dat UFO-waarnemingen het werk waren van ‘crackpots’ (getikten). En als het al geen denkproducten van gestoorden waren, was het fenomeen sowieso wel te verklaren met weers-en natuurverschijnselen, astronomische fenomenen (het vakgebied van Hynek), (lichten van) vliegtuigen, (weer)ballons, moerasgas (was een heel populaire ‘verklaring’), bedrog, massa-hallucinaties, enz.

De duizenden UFO-waarnemingen werden, meestal zonder welk echt onderzoek dan ook, gemakshalve toegeschreven aan een van bovenvermelde ‘verklaringen’. Hynek zelf deed ook zijn duit in het zakje en verklaarde (op vraag van zijn bazen) een hele reeks UFO-waarnemingen als planeten, sterren, meteoren, meteorieten, atmosferische verschijnselen, enz.

Een goed deel van de waarnemingen bleef echter helemaal onverklaard. De vele getuigen waren betrouwbaar, er was radarwaarneming, er waren fysieke sporen, vaak ook foto’s. Geleidelijk aan begon Hynek te snappen dat er wel degelijk een heel belangrijk en wereldwijd wetenschappelijk en socio-cultureel fenomeen aan de gang was. Zo zag hij dat UFO-waarnemingen bijna altijd werden (worden) gedaan door geloofwaardige getuigen die van het verschijnsel niets of nauwelijks iets afwisten. De meerderheid van deze getuigen wilde zelfs niet in de openbaarheid komen met hun ‘sighting’. Ook bleek dat –in tegenstelling tot wat de pers zei en het publiek geloofde- er ook UFO-waarnemingen werden (worden) gedaan door wetenschappers.

Hynek begon zich op een ernstige wijze te concentreren op de 20 % onverklaarde waarnemingen en wijdde de rest van zijn leven (tot in 1986) aan het UFO-onderzoek.

Boeken van Hynek zijn the UFO Experience, the Edge of Reality, the Hynek UFO Report en een hele reeks andere. Lezen!